8u15, de fiets op voor een vlakke rit van 208 km. De eerste 10 km fietsen Marc en ik aan een rustig tempo van 25 km/u maar wanneer twee Fransen op het zelfde traject komen schakelen we een tandje groter en rijden we met z’n vieren afwisselend aan kop met een snelheid variërend tussen de 30 à 35km/u. Nog 15 km verder snellen twee triatleten ons voorbij, ik por Marc aan mee in hun wiel te gaan, we hebben een lange rit voor de boeg en kunnen dus best wel enkele gangmakers gebruiken.
We zijn dan met z’n zessen. De twee snelle mannen merken dat we in hun wiel zitten en drijven de snelheid nog wat hoger op. Al vlug moeten de twee, eerste ontmoette, Fransen één voor één afhaken. Dan gaat de snelheid verder omhoog, 49 km/u, geen bergaf, en wisselen zij, de triatleten, sneller de kop. Als ze merken dat het hen niet lukt ons eraf te rijden, zeggen we vlug, omdat we zeker niet willen overnemen, dat we een TdF rijden in dertig dagen. We krijgen sympathie en respect, vanaf dan zetten zij ons uit de wind tot onze eerste halteplaats Mimizan, 54 km waar we weer een stempeltje halen. Tot dan halen we een gemiddelde snelheid van 31,5km/u
Tot Andernos Les Bains, waar we lunchen, na goed 132 km, zakt het gemiddelde terug tot 29 km/u. Ook nog ok zeg ik tegen mezelf, gezien de sterke tegenwind, dewelke nog de ganse dag zal aanhouden. Het is eigenlijk een saaie rit, we rijden op eindeloze, bijna rechte wegen met kilometers dennenbossen.
Tijd: 7u25, gemiddelde: 28 km/u, hoogteverschil: 133 meter, 208 km.





















































