Dag 25: Avranches – Barneville-Carteret. 106 km.

Vandaag staat de kortste etappe op het programma, 105 km.  Het is meteen,  voorlopig althans, ook de natste! Van bij de start van op de parking van het Ibis hotel in Avranches tot finish in Barneville Carteret valt het water met bakken uit de lucht.  Als kers op de taart worden we af en toe getrakteerd op een sterke tegenwind die vanuit de Noord-Atlantische zee het land in blaast.

We volgen de D7 tot La Haye-Pesnel, dan slaan we linksaf, D35, via Cerences tot Monceaux. Verder via de D49, D20, D650 richting Le Pont Heugueville en Barneville-Carteret.

Aangekomen om 12u05, uurtje wachten, kamer niet klaar, daarna een lekkere lunch en kleine washjes.

Als ik terug in het hotel kom krijg ik een warm ontvangst van vrouw, zoon en vrienden, Karine, Steff, Michel, Catherine, Philippe, Lydia en Hans.  We heffen het glas op het reeds gedane.  Nog even later komt Stefan De Moor toe, hij is de beentjes wat gaan warm rijden voor morgen.

105 km, hoogtemeters: 319 meter, tijd: 3u53 en een gemiddelde van 26,8 km/u.

Dag 24: Saint Brieuc – Avranches. 156 km.

6u30, de wekker, 7u10 ontbijt, om 8 uur stipt verlaten we ons hotel te Saint Brieuc. De eerste 60 km zijn mooi, licht golvend met geregeld een vergezicht op de zee. We gaan van start zonder tegenwind en regen, het is wel maar 13 graden, het is zomer?

We volgen de D786, in St. Alban draaien we rechtsaf de D17 op tot Matignon. Dan begint de miserie, we moeten verder via de drukke D168 en weer via een semi-autostrade, tot St. Malo. We moeten aan “Pointe de la Vicomte” de Rance oversteken.  Het verkeer raast ons tegen hoge snelheid voorbij, er is geen fietsstrook voorzien, eigenlijk is dit onverantwoord, maar we moeten erover, we hebben geen alternatief! Na St. Malo volgen we de D201, langs de toeristische kustweg ” Route de la Baie ” tot Cancale, middagstop. Lunch, couscous au fruits de mer, een specialiteit van het huis.

Vanop het terras ” Le Grand Large ” zien we in de verte het silhouet  van de abdij ” Le Mont Saint Michel “. Het zal wel nog 37 km en 1u15 duren eer we er aan de voet staan, voor de obligate fotoshoot. Daarna is het nog 18 km fietsen tot het Ibis hotel in Avranches.

157 km, 5u55, 926 hoogtemeters, gemiddelde: 26,5 km/u. Onderweg tellen we af, ik zeg tegen Marc; ” Nog maar 900 km te gaan “, voor ons beiden lijkt het niets, maar even later zeg ik hem; ” Dat is toch nog even tot 100 kilometer onder Lyon fietsen”.

Dag 23: Guissény – Saint Brieuc. 173 km.

Laat me beginnen met jullie, de lezers, effe te bedanken voor de support. Spijtig genoeg ontbreekt het me wel aan tijd om jullie persoonlijk een antwoord te sturen.

Vandaag is het een zeer gevarieerde etappe met enkele kilometers meer dan voorzien, 179 km, een hoogteverschil van 1413 meter, tijd: 6u49 en een gemiddelde van 26,2 km/u.

We volgen de D10 tot St. Pol-de-Leon waar we een stempel halen. Spijtig dat we geen tijd hebben voor een kort stadsbezoek.

Het is rustig fietsen met in de eerste 20 km weinig hoogtemeters. Verder via de D769 en de D19 tot Morlaix, weer een bezoek waard, maar niet voor ons. We rijden onder de prachtige ark spoorwegbrug gebouwd tussen 1861 en 1863.

Dan volgen we de D786 tot Lannion en Tréguier, waar we terug ons roadboek laten stempelen, en verder tot Paimpol.

Vanaf dan gaat onze route verder  via kleine wegen, op en neer, kronkelend, door Bretoense dorpen, kleine gehuchten met kapelletjes, een schitterend decor. Het is zondag en dat merken we door de vele markten maar ook door de lokaal georganiseerde fietstochten en echte koersen. In Pléhédel zitten we zelfs in de koers, alleen rijden we in de verkeerde richting en worden we verwonderd aangekeken door de toeschouwers. Nog wat verder, te Plouha, wordt er een tijdrit gereden voor vrouwen. De wereldkampioene tijdrijden, sorry haar naam ontgaat me, was hier aanwezig.

Na even van de koers genoten te hebben gaat ons tempo sterk te hoogte in. Het werkt aanstekelijk, we fietsen de laatste 25 kilometer aan snelheden tussen de 32 en 45 km/u.

Dag 22: Benodet – Guissény. 173 km.

8u30, vertrek, het regent, ik blijf positief, de wind is gaan liggen, maar het blijft wel moeilijk om in druilerig, grijs weer, te vertrekken. Na 8 km rijdt Marc lek, zijn eerste platte band na 3400 km, ni slecht Marc!

Pont-Abbé eerste halte voor roadboek stempel. Verder via D2 en D143 tot Douarnenez, waar we een volgende postkaart versturen. Dan gaat onze route richting Brest via mooie landelijke, met korte maar meestal stijle hellingen. ’s Middags eten we in een ” Les Routiers ” restaurant te Hoptal-Camfrout na 96 km. Menu: buffet voorgerecht, pasta met steak, kaasschotel en dessert + wijnen, enkel voor de volgers natuurlijk,water en koffie inbegrepen. Dit alles voor de prijs van 44,80 euro voor 4 personen!

We moeten dan de D33 volgen, de GPS faalt, hij stuurt ons de verkeerde richting uit, hij wil ons langs de drukke N165 laten rijden, dit is een semi-autostrade en dus verboden voor fietsers. We moeten over de rivier ” Elorn ” via de Pont A Louppe nabij Brest. Gelukkig heb ik mijn geplastificeerde Michelin kaarten bij me. Probleem opgelost.

Dan volgen we lange tijd de D67 en de D26 tot Ploudalmézeau waar we binnen stappen bij een collega opticien om een stempel te halen voor onze roadboek. Hij is niet echt het sportieve type, we houden een kort gesprek over onze onderneming, hij staat vol bewondering.

Dan is het nog 24 km fietsen tot onze bestemming, Auberge de Keralloret.

173 km, tijd: 7u04, hoogteverschil: 1854 meter, gemiddelde: 24,5 km/u.

Dag 21: Questembert – Benodet. 146 km.

Ik dacht dat het zwaarste na de Alpen en de Pyreneeen achter de rug zou zijn, niets is minder waar, de voorbije 3 dagen maalden we bijna 600 km en boksten we steeds tegen wind in.  De vermoeidheid slaat stilaan toe en de spieren beginnen strammer aan te voelen.

Vandaag fietsen we terug meer dan 1000 hoogtemeters bijeen. Het parcours is zeer gevarieerd en we doorkruisen mooie verzorgde Bretoense steden met burchten en zien prachtige grote herenhuizen.’s Middags lunchen we te Quimperlé, ik vervang eerst binnen- en buitenband, daarna pasta met een lekker gebakken Bretoens stuk vlees in een Italiaans restaurant ” Le Bistro De La Tour “.

We moeten dan nog 51 km, via Pont-Aven en Concarneau tot Bénodet, onze volgende bestemming.

In de slotkilometers, de finale, moeten er nog twee knikjes, elk ongeveer 500 meter, maar met percentage van 14% en 17% overwonnen worden.

21 dagen reeds volbracht, zonder rustdag, de echte Tour de France zou dan gedaan zijn, neen, wij moeten nog 9 dagen verder. Al 3400 km in de benen, nog 1400 km te gaan.

We halen een gemiddelde van 26,1 km/u, 1212 hoogtemeters, in een tijd 5u37, en dit over een afstand van 147 km.

Dag 20: Les Sables d’Olonne – Questembert. 170 km.

Eerst nog even iets over gisteren, we logeren pal in het centrum van Les Sables d’Olonne,  ’s avonds eten we in het restaurant “ Le Bistro du Port “ gelegen aan de vissershaven. Een klein hapje, zie foto!

Onze fotografen van dienst, Brigitte en Vincent.

Ines, de madam met de mobilhome.

We verlaten Les Sables d’Olonne en nemen de D80 langs de kust. Na 20 kilometer heb ik mijn tweede lekke band. Een sympathieke fransman stopt, en biedt spontaan zijn grote luchtpomp aan.

We fietsen dan een bijna vlak traject tot we de oversteek aan de monding van de Loire maken via de Pont St. Nazaire. Vanaf dan wordt onze rit mooier, golvend en krijgen we terug mooie vergezichten.

De slot kilometers lopen door de regio van de Morbihan. We steken de Vilaine over waar we halte houden om enkele foto’s te nemen. Ter hoogte van de brug spreekt een jonge Brit me aan, “ mag ik de rivier via de brug met de fiets oversteken “, hij fietst alleen met pak en zak tot halverwege Spanje. Ik wens hem veel sterkte toe.

We komen aan in hotel “ Le Bretagne “ te Questembert om 17 uur, na 6u32 fietsen met een gemiddelde van 26,4km/u en een hoogteverschil van 699 meter.

Dag 19: Verdays-Montalivet – Les Sables d’Olonne. 200 km.

5u30, wekker, vlug douche in, tas müesli, inpakken, koersbroek aan en vertrekken.  Verdomme, het regent en het is nog donker. Vlug nog effe licht op fiets monteren, regenvest aan en weg. Eerst 30 km tot Le Verdon waar we de boot op moeten, overzet naar Royan. Op de boot verwelkomt Ines ons aan de mobilhome; pain de campagne, kaas, perengelei en sterke koffie. Bedankt Ines.

In Royan halen we een stempel, dan nog 175 km te gaan, het begint nog harder te regenen en de wind neemt in kracht toe. We passeren honderden hectaren zonnebloemen, ze laten allen hun kopje hangen, wij doen dit niet, tenminste nu nog niet, we vechten tegen de steeds harder wordende tegenwind.



We fietsen dan in noordelijke richting via mooie landelijke wegen, D112, D117, naar Rochefort. Verder via D5, tot Aigrefeuille d’Aunis waar we eten, faut filet, pasta en courgetten. Dan lijkt het even of we terug door de Camargue fietsen. Wanneer we in westelijke richting afdraaien wordt het parcours licht golvend. Enkele kilometers voor Talmont St-Hilaire draaien we de drukke D949 op en volgen we deze tot Les Sables d’Olonne, onze eindbestemming.

In twee dagen fietsen we 415 km, vertrokken vanuit het noordelijkste punt van de Landes, doorkruisten we langst de kustzone de Charente-Maritime en zitten we nu in de regio van de Vendée.

Slaapwel, het is nu middernacht. Weer een dag van 18uur en 1/2.

205 km, tijd; 8u04,gemiddelde 25,2 km/u en 522 hoogtemeters.

Dag 18: Vieux-Boucau-les-Bains – Verdays-Montalivet. 207 km.

8u15, de fiets op voor een vlakke rit van 208 km. De eerste 10 km fietsen Marc en ik aan een rustig tempo van 25 km/u maar wanneer twee Fransen op het zelfde traject komen schakelen we een tandje groter en rijden we met z’n vieren afwisselend aan kop met een snelheid variërend tussen de 30 à 35km/u. Nog 15 km verder snellen twee triatleten ons voorbij, ik por Marc aan mee in hun wiel te gaan, we hebben een lange rit voor de boeg en kunnen dus best wel enkele gangmakers gebruiken.

We zijn dan met z’n zessen. De twee snelle mannen merken dat we in hun wiel zitten en drijven de snelheid nog wat hoger op. Al vlug moeten de twee, eerste ontmoette, Fransen één voor één afhaken. Dan gaat de snelheid verder omhoog, 49 km/u, geen bergaf, en wisselen zij, de triatleten,  sneller de kop. Als ze merken dat het hen niet lukt ons eraf te rijden, zeggen we vlug, omdat we zeker niet willen overnemen, dat we een TdF rijden in dertig dagen. We krijgen sympathie en respect, vanaf dan zetten zij ons uit de wind tot onze eerste halteplaats Mimizan, 54 km waar we weer een stempeltje halen. Tot dan halen we een gemiddelde snelheid van 31,5km/u

Tot  Andernos Les Bains, waar we lunchen, na goed 132 km, zakt het gemiddelde terug tot 29 km/u. Ook nog ok zeg ik tegen mezelf, gezien de sterke tegenwind, dewelke nog de ganse dag zal aanhouden. Het is eigenlijk een saaie rit, we rijden op eindeloze, bijna rechte wegen met kilometers dennenbossen.

Tijd: 7u25, gemiddelde: 28 km/u, hoogteverschil: 133 meter, 208 km.

Dag 17: Lurbe St. Cristau – Vieux-Boucau-les-Bains. 157 km.

Vandaag rit van 155 km in dalende lijn tot Atlantische oceaan. We vertrekken om 8u05 in een druilende regen, echt Flandrien-weer!

Vermits we vandaag aan de kust arriveren, de Landes, gekend voor zijn Fois-gras en Fruit de Mer schotels fiets ik de ganse dag in de BBBikers outfit. Bijna de hele rit zit ik aan Danny, BBBikers Traiteur, te denken. Hij houdt van lekker eten en weet deze streek zeker te appreciëren.

Het verloop van de rit, 20 km in de regen, daarna licht golvend in dalende lijn richting kust. We vermoeden dat de natuur hier, als de zon van de partij is, zeer mooi moet zijn, maar door het grijze miezerige weer hebben we geen vergezichten. Dus ook spijtig voor Vincent en Brigitte, onze fotografen, verzorgers, begeleiders ed. Het Baskenland heeft een typische bouwstijl met een grote Spaanse invloed.

In Urt nemen we onze middagpauze en genieten van een uitgebreide Baskische lunch waarna we koers zetten richting Landes.

Hoe verder de rit vordert richting kust, hoe drukker het verkeer, en hoe minder respect voor de fietsers.

Als afsluiter van de Pyreneeën belonen we ons met onderstaande!

155 km, hoogteverschil: 1182,tijd:5u59,gemiddelde:25,8km/u

Dag 16: Arreau – Lurbe St. Christau. 159 km.

Vandaag maken we, Brigitte, Vincent en ik met de auto terug eerst de verbinding van Arreau naar Sainte Marie De Campan. Deze kleine stad ligt aan de voet van de bekende Col de Tourmalet. We vertrekken om 9u35, 16 km klimmen tot top. Het regent een beetje maar eens de wolken door rijden we op een maanlandschap, mooi! De eerste 6 kilometers vallen best mee, maar dan…, spelen de percentages tussen de 9 en 10 %! en dit voor 10 kilometer met dikwijls de wind weer op kop. Marc krijgt het warm en beslist even halt te houden om z’n windhemd uit te trekken, ik zit juist in de goede cadans en beslis om verder te fietsen.

Boven aangekomen na 1u20, het zou nog iets sneller kunnen, maar aangezien er nog cols volgen moet er gedoseerd worden! Marc komt 4 minuutjes later boven.

Afdaling via Luz-St-Sauveur tot Argelès-Gazost waar we bij een bakker stoppen om wat bij te tanken. Hier starten we voor de Col d’Aubisque, 30 km, via de Col du Soulor. Door het slechte weer, regen en mist, zien we weinig van het decor. We stoppen niet ter hoogte van de Col du Soulor, het is er te koud en we zien geen tien meter ver.

Dan korte afdaling in regen, onverlichte tunnel door, effe schrikken, en verder met een gemiddelde van 6 % tot top Col d’Aubbisque. Afdaling in de regen, voorzichtig dus, het haalt ons daggemiddelde serieus naar beneden.  Boven aangekomen genieten we van een lekkere lasagne met salade en een schitterend uitzicht, het is afwisselend zon met overwaaiende wolken, mist.

Aldalen tot Laruns, verder tot Bielle en als vierde col om te eindigen de Col de Marie Blanque. We bereiken ons hotel pas om 18u15. Oef, morgen trekken we naar de kust, nog wel enkele bulten over, maar het grote klimwerk zit erop!!!

135 km, hoogteverschil: 3330, tijd: 6u25 en een gemiddelde van 21 km/u.

Noot: Brigitte en Vincent hebben ondertussen, dit enkel op twee dagen 1130 foto’s genomen. Het is moeilijk kiezen. Bedankt Brigitte en Vincent.