Dag 21: Questembert – Benodet. 146 km.

Ik dacht dat het zwaarste na de Alpen en de Pyreneeen achter de rug zou zijn, niets is minder waar, de voorbije 3 dagen maalden we bijna 600 km en boksten we steeds tegen wind in.  De vermoeidheid slaat stilaan toe en de spieren beginnen strammer aan te voelen.

Vandaag fietsen we terug meer dan 1000 hoogtemeters bijeen. Het parcours is zeer gevarieerd en we doorkruisen mooie verzorgde Bretoense steden met burchten en zien prachtige grote herenhuizen.’s Middags lunchen we te Quimperlé, ik vervang eerst binnen- en buitenband, daarna pasta met een lekker gebakken Bretoens stuk vlees in een Italiaans restaurant ” Le Bistro De La Tour “.

We moeten dan nog 51 km, via Pont-Aven en Concarneau tot Bénodet, onze volgende bestemming.

In de slotkilometers, de finale, moeten er nog twee knikjes, elk ongeveer 500 meter, maar met percentage van 14% en 17% overwonnen worden.

21 dagen reeds volbracht, zonder rustdag, de echte Tour de France zou dan gedaan zijn, neen, wij moeten nog 9 dagen verder. Al 3400 km in de benen, nog 1400 km te gaan.

We halen een gemiddelde van 26,1 km/u, 1212 hoogtemeters, in een tijd 5u37, en dit over een afstand van 147 km.

Dag 20: Les Sables d’Olonne – Questembert. 170 km.

Eerst nog even iets over gisteren, we logeren pal in het centrum van Les Sables d’Olonne,  ’s avonds eten we in het restaurant “ Le Bistro du Port “ gelegen aan de vissershaven. Een klein hapje, zie foto!

Onze fotografen van dienst, Brigitte en Vincent.

Ines, de madam met de mobilhome.

We verlaten Les Sables d’Olonne en nemen de D80 langs de kust. Na 20 kilometer heb ik mijn tweede lekke band. Een sympathieke fransman stopt, en biedt spontaan zijn grote luchtpomp aan.

We fietsen dan een bijna vlak traject tot we de oversteek aan de monding van de Loire maken via de Pont St. Nazaire. Vanaf dan wordt onze rit mooier, golvend en krijgen we terug mooie vergezichten.

De slot kilometers lopen door de regio van de Morbihan. We steken de Vilaine over waar we halte houden om enkele foto’s te nemen. Ter hoogte van de brug spreekt een jonge Brit me aan, “ mag ik de rivier via de brug met de fiets oversteken “, hij fietst alleen met pak en zak tot halverwege Spanje. Ik wens hem veel sterkte toe.

We komen aan in hotel “ Le Bretagne “ te Questembert om 17 uur, na 6u32 fietsen met een gemiddelde van 26,4km/u en een hoogteverschil van 699 meter.

Dag 19: Verdays-Montalivet – Les Sables d’Olonne. 200 km.

5u30, wekker, vlug douche in, tas müesli, inpakken, koersbroek aan en vertrekken.  Verdomme, het regent en het is nog donker. Vlug nog effe licht op fiets monteren, regenvest aan en weg. Eerst 30 km tot Le Verdon waar we de boot op moeten, overzet naar Royan. Op de boot verwelkomt Ines ons aan de mobilhome; pain de campagne, kaas, perengelei en sterke koffie. Bedankt Ines.

In Royan halen we een stempel, dan nog 175 km te gaan, het begint nog harder te regenen en de wind neemt in kracht toe. We passeren honderden hectaren zonnebloemen, ze laten allen hun kopje hangen, wij doen dit niet, tenminste nu nog niet, we vechten tegen de steeds harder wordende tegenwind.



We fietsen dan in noordelijke richting via mooie landelijke wegen, D112, D117, naar Rochefort. Verder via D5, tot Aigrefeuille d’Aunis waar we eten, faut filet, pasta en courgetten. Dan lijkt het even of we terug door de Camargue fietsen. Wanneer we in westelijke richting afdraaien wordt het parcours licht golvend. Enkele kilometers voor Talmont St-Hilaire draaien we de drukke D949 op en volgen we deze tot Les Sables d’Olonne, onze eindbestemming.

In twee dagen fietsen we 415 km, vertrokken vanuit het noordelijkste punt van de Landes, doorkruisten we langst de kustzone de Charente-Maritime en zitten we nu in de regio van de Vendée.

Slaapwel, het is nu middernacht. Weer een dag van 18uur en 1/2.

205 km, tijd; 8u04,gemiddelde 25,2 km/u en 522 hoogtemeters.

Dag 18: Vieux-Boucau-les-Bains – Verdays-Montalivet. 207 km.

8u15, de fiets op voor een vlakke rit van 208 km. De eerste 10 km fietsen Marc en ik aan een rustig tempo van 25 km/u maar wanneer twee Fransen op het zelfde traject komen schakelen we een tandje groter en rijden we met z’n vieren afwisselend aan kop met een snelheid variërend tussen de 30 à 35km/u. Nog 15 km verder snellen twee triatleten ons voorbij, ik por Marc aan mee in hun wiel te gaan, we hebben een lange rit voor de boeg en kunnen dus best wel enkele gangmakers gebruiken.

We zijn dan met z’n zessen. De twee snelle mannen merken dat we in hun wiel zitten en drijven de snelheid nog wat hoger op. Al vlug moeten de twee, eerste ontmoette, Fransen één voor één afhaken. Dan gaat de snelheid verder omhoog, 49 km/u, geen bergaf, en wisselen zij, de triatleten,  sneller de kop. Als ze merken dat het hen niet lukt ons eraf te rijden, zeggen we vlug, omdat we zeker niet willen overnemen, dat we een TdF rijden in dertig dagen. We krijgen sympathie en respect, vanaf dan zetten zij ons uit de wind tot onze eerste halteplaats Mimizan, 54 km waar we weer een stempeltje halen. Tot dan halen we een gemiddelde snelheid van 31,5km/u

Tot  Andernos Les Bains, waar we lunchen, na goed 132 km, zakt het gemiddelde terug tot 29 km/u. Ook nog ok zeg ik tegen mezelf, gezien de sterke tegenwind, dewelke nog de ganse dag zal aanhouden. Het is eigenlijk een saaie rit, we rijden op eindeloze, bijna rechte wegen met kilometers dennenbossen.

Tijd: 7u25, gemiddelde: 28 km/u, hoogteverschil: 133 meter, 208 km.

Dag 17: Lurbe St. Cristau – Vieux-Boucau-les-Bains. 157 km.

Vandaag rit van 155 km in dalende lijn tot Atlantische oceaan. We vertrekken om 8u05 in een druilende regen, echt Flandrien-weer!

Vermits we vandaag aan de kust arriveren, de Landes, gekend voor zijn Fois-gras en Fruit de Mer schotels fiets ik de ganse dag in de BBBikers outfit. Bijna de hele rit zit ik aan Danny, BBBikers Traiteur, te denken. Hij houdt van lekker eten en weet deze streek zeker te appreciëren.

Het verloop van de rit, 20 km in de regen, daarna licht golvend in dalende lijn richting kust. We vermoeden dat de natuur hier, als de zon van de partij is, zeer mooi moet zijn, maar door het grijze miezerige weer hebben we geen vergezichten. Dus ook spijtig voor Vincent en Brigitte, onze fotografen, verzorgers, begeleiders ed. Het Baskenland heeft een typische bouwstijl met een grote Spaanse invloed.

In Urt nemen we onze middagpauze en genieten van een uitgebreide Baskische lunch waarna we koers zetten richting Landes.

Hoe verder de rit vordert richting kust, hoe drukker het verkeer, en hoe minder respect voor de fietsers.

Als afsluiter van de Pyreneeën belonen we ons met onderstaande!

155 km, hoogteverschil: 1182,tijd:5u59,gemiddelde:25,8km/u

Dag 16: Arreau – Lurbe St. Christau. 159 km.

Vandaag maken we, Brigitte, Vincent en ik met de auto terug eerst de verbinding van Arreau naar Sainte Marie De Campan. Deze kleine stad ligt aan de voet van de bekende Col de Tourmalet. We vertrekken om 9u35, 16 km klimmen tot top. Het regent een beetje maar eens de wolken door rijden we op een maanlandschap, mooi! De eerste 6 kilometers vallen best mee, maar dan…, spelen de percentages tussen de 9 en 10 %! en dit voor 10 kilometer met dikwijls de wind weer op kop. Marc krijgt het warm en beslist even halt te houden om z’n windhemd uit te trekken, ik zit juist in de goede cadans en beslis om verder te fietsen.

Boven aangekomen na 1u20, het zou nog iets sneller kunnen, maar aangezien er nog cols volgen moet er gedoseerd worden! Marc komt 4 minuutjes later boven.

Afdaling via Luz-St-Sauveur tot Argelès-Gazost waar we bij een bakker stoppen om wat bij te tanken. Hier starten we voor de Col d’Aubisque, 30 km, via de Col du Soulor. Door het slechte weer, regen en mist, zien we weinig van het decor. We stoppen niet ter hoogte van de Col du Soulor, het is er te koud en we zien geen tien meter ver.

Dan korte afdaling in regen, onverlichte tunnel door, effe schrikken, en verder met een gemiddelde van 6 % tot top Col d’Aubbisque. Afdaling in de regen, voorzichtig dus, het haalt ons daggemiddelde serieus naar beneden.  Boven aangekomen genieten we van een lekkere lasagne met salade en een schitterend uitzicht, het is afwisselend zon met overwaaiende wolken, mist.

Aldalen tot Laruns, verder tot Bielle en als vierde col om te eindigen de Col de Marie Blanque. We bereiken ons hotel pas om 18u15. Oef, morgen trekken we naar de kust, nog wel enkele bulten over, maar het grote klimwerk zit erop!!!

135 km, hoogteverschil: 3330, tijd: 6u25 en een gemiddelde van 21 km/u.

Noot: Brigitte en Vincent hebben ondertussen, dit enkel op twee dagen 1130 foto’s genomen. Het is moeilijk kiezen. Bedankt Brigitte en Vincent.

Dag 15: Saint-Girons – Arreau. 114 km.

Gisteren zijn Vincent en Brigitte toegekomen, zij zullen ons de komende 12 dagen begeleiden. Vincent heeft hier zeer veel ervaring in, hij is één van de sterke en drijvende krachten geweest, dit voor 25 jaar, van Herentals – Alpe d’Huez. Samen met zijn echtgenote Brigitte zullen we dus voor de volgende dagen in goede handen vertoeven. Van Kris en Dirk nemen we een dagje vroeger dan voorzien afscheid. Dirk voelt zich al enkele dagen verkouden en wat koortsig, bedankt mannen!

We verlaten Saint Girons via de D618, rijden de eerste 20 km aan een rustig tempo, om dan nog 10 km verder de top van de Col de Portet d’Aspet, 1069 m, te bereiken.

Dan nemen we de iet wat gevaarlijke afdalingen, stroken die 17 % aangeven, en houden even halte bij het standbeeld ter nagedachtenis van de in de tour van 1995 overleden renner, Casartelli.

Afdalen tot T weg, D618 verder volgen,  één kilometer klimmen tot Col de Buret, 599 meter, even afdalen en terug 5 km klimmen tot Col Des Ares.

Daarna is het 10 km afdalen tot Fronsac. Even vertoeven we in de vallei van de Garonne.

Rond 12u30  houden we een korte lunchpauze te Bagnères-de-Luchon en laten we onze roadboeken weer afstempelen. Dan volgt de Col de Peyresourde, 1569 meter, 14 km klimmen tot top met 930 meter hoogteverschil. Stevige klim zonder schaduw, het is warm, de zweetdruppels dwarrelen op het asfalt.

Boven aangekomen eten we 24 pannenkoeken met z’n vieren en drinken liters water. Marc en ik beslissen om onze trip vandaag te verlengen, niet dat we er geen genoeg kunnen van krijgen, maar omdat de routeplanner GPSies voor morgen een hoogteverschil berekende van ongeveer 6650 meter. Trop is te veel! Vandaar.

19 km afdalen tot Arreau, eerste nog even leeglopende band herstellen. Dan passeren we  aan ons hotel, maar rijden zonder stoppen dadelijk de Col d’Aspin op. Weer goed voor 13 km klimmen en 735 meter stijgen.

Daarna dalen we tot St. Marie de Campan waar Ines ons opwacht met een recupshake. We verzamelen wat bagage en rijden met de auto terug naar Arreau. Morgen moeten we dus 26 km minder van onze mogelijk moeilijkste rit.

Hotel d’Angletterre is een echte aanrader, vriendelijk, lekker en mooie kamers.

141 km, 6u30, 21,7 km/u, Stijging; 2881 meter. We zijn reeds halverwege, hebben 2400 km en 32000 hoogtemeters!

Dag 14: Formigueres – Saint-Girons. 132 km.

We verlaten Formiguères om 8u35 nadat we afscheid hebben genomen van vrouw en kinderen. Bedankt Karine, Glenn en Steff voor de morele en fysieke steun. Het was leuk om telkens in het hotel aan te komen en de valiezen uitgepakt te zien staan.

Belangrijke gebeurtenis, Marc is vandaag jarig en mag 50 kaarskes uitblazen tenminste als hij er nog asem voor heeft. Als hij de bus neemt zullen ze hem vanaf nu beginnen te vragen, ” wilt u zitten meneer “. Een dikke proficiat Marc!

Eerst is het enkele kilometers afdalen tot Le Pla, dan een vals plat tot Mijanes. Vanaf dan is het 10 km tot top Port De Pailheres. We klimmen 866 hoogtemeters in amper 10 km. Zeer mooie klim met vele haarspeld bochten en mooie vergezichten.

We zijn vertrokken onder de wolken, enkele kilometers verder stijgen we er boven uit. Prachtige col met vele paarden en koeien op ons traject. Dan is het 19 km afdalen en rijden we 24 km in de vallei van Ariége tot Tarascon-sur-Ariége.

Onze tweede col van de dag is de ” Col de Port “, een goede loper zouden de Bosbeekbikers zeggen, niet echt moeilijk. Boven aangekomen nemen we alle tijd, het is dan afdalen tot aan onze volgende bestemming, Saint Girons.

We halen een gemiddelde van 24,5 km/u, 133 km, 1990 hoogtemeters en een tijd van 5u19.

Dag 13: Nissan Lez Enserune – Formigueres. 170 km.

We trekken vandaag de Pyreneeën in, het klimwerk staat dus terug op het programma voor de komende dagen. De eerste 80 km tot Rivesaltes zien we buitens ons zelve, Dirk, Marc en ikke nog twee gekken die langs deze, soms op een autosnelweg lijkende baan, rijden. We halen onze stempel voor het TdF-boekje bij een fietshandelaar, dewelke mogelijk na de middag mijn fiets zal trachten te herstellen. Zie verslag valpartij van enkele dagen terug, versnelling stuk. We gaan dan op zoek naar een restaurant. We vinden een gezellig plaatsje, maar de uitbater heeft een serieus persoonlijk probleem en werkt dit uit op zijn klanten. Zo mogen we 15 minuten wachten voor de eerste dranken komen, mogen we ons nog eens verplaatsen waarbij we stilletjes denken, wat doen? Vermits er weinig alternatief is laten we het over ons heengaan. Menu: Fideua, zoals paella, maar zonder rijst.

Verder is het licht stijgend, niet erg dus, maar de wind staat weer, en dit tot het hotel te Formigueres, pal op kop. Wanneer we draaien in een haarspeldbocht worden we door de wind bijna van onze fiets geblazen. We zien vele vuilnisbakken, stoelen en wegenis werkborden omgewaaid liggen. In Prades houden we halt om de innerlijke mens te sterken.

Dan begint de echte klim tot Mont Louis, 36 km, waar we tevens ook een laatste stop houden voor een stempel en het sturen van een postkaart. 14 km verder ligt ons hotel.

180 km in een tijd van 7u45′,  1949 hoogtemeters en een gemiddelde van 23,10 km/u.

Dag 12: Arles – Nissan Lez Enserune. 163 km.

Over de route van vandaag valt weinig of niets te vertellen.

We fietsten overwegend via grote wegen, vlak en met veel verkeer. Van de kust kan je dus met de fiets maar beter wegblijven. Nadat we de prachtige Mas verlaten is het goed 6 kilometer tot Arles, mooie stad, zeker een halteplaats waard. In het centrum, zie foto’s bij verslag van gisteren, bevindt zich het kleine formaat van het Romeinse colosseum van Rome.

We rijden dan door de Camargues, zien de typische paarden, zwarte stieren en flamingo’s. Tussen Château Avignon en Aigues Mortes is de route iets minder druk maar vanaf dan is het niet alleen opletten voor het drukke verkeer maar vooral ook voor overlopende vakantiegangers. Verder op onze route ligt La Grande Motte, Sète en Agde. Deze twee laatsten zijn ook wel een bezoek waard, niet voor ons want wij moeten weer 167 km afleggen. Leuk is wel dat onze route loopt tussen de zee en verschillende Etangs, ook wel Bassins genoemd en langs de Canal du Rhone..

We arriveren om 17u10 in ons hotel met 167 km in de benen, een gemiddelde van bijna 26 km/u en een tijd van 6u28’.